Godin van nature - Proloog

03-09-2025
Ze was niet dood. 

 

Maar ze leefde ook niet. 

Ze had daar aan de buitengrenzen van het bestaan tot het einde der tijden kunnen blijven.  Zonder te sterven, zonder te leven. Simpelweg bestaand. Alleen het leven in haar baarmoeder en de woede in haar borst weerhielden haar daarvan. Voordat ze zich herinnerde wie ze was, herinnerde ze zich dat ze was verraden.

 JA, WOEDE IS GOED...

 De stem in haar hoofd was niet haar eigen stem, maar hij voelde bekend aan, en ze klampte zich eraan vast terwijl ze naar zichzelf zocht. Wie was ze? Hoe was ze hier terechtgekomen?

Ze  opende haar ogen en zag dat ze omringd was door duisternis. Duisternis en een gewicht, alsof ze ondergedompeld lag in een warm bad. Een ogenblik lang werd ze overmeesterd door paniek. Als ze zich onder water bevond, hoe haalde ze dan adem? Ze moest dood zijn. Dood en veroordeeld tot een eeuwigheid in een graf, voor misdaden waarvan ze zich niet kon herinneren ze te hebben begaan.

Toen bewoog het kind in haar weer.

Doden waren niet in staat leven voort te brengen.

Ze beval haar paniek terug te wijken, en de paniek gehoorzaamde haar. Paniek was nooit behulpzaam. Kille, logische gedachten. Nauwgezet uitgewerkte en uitgevoerde plannen. Dat was de manier om te zegevieren. Dat was de manier waarop zij altijd had gezegevierd.

Tot nu toe.

Maar ze was verraden. Door wie? Haar woede nam toe, en ze wakkerde hem aan, voedde hem met al haar frustratie en angst.

Ja...laat je woede je louteren...

Ze kwam verder bij bewustzijn. Haar geest werd