Mediteren terwijl je stervende bent

06-08-2025

De beschrijving van het sterven in termen van het geleidellijk oplossen van lichaam en bewustzijn en de vier elementen komt uitsluitend voor in de hoogste yogatantra. Na de conceptie doet zich een ontwikkelingsproces voor dat zich voltrekt van subtiele naar grofstoffelijker, maar bij het sterven vindt er een  oplossing plaats van het grofstoffelijker in het subtielere. De verschijnselen die oplossen bestaan uit de vier elementen - aarde (de harde substantie van het lichaam), water (de vloeistoffen), vuur (de warmte) en wind (energie, beweging).

Ongeacht of je je volledige levensduur haalt of niet, het proces van sterven omvat vele stadia. Bij een plotselinge dood maak je die stadia heel snel door en is de kans groot dat je ze niet opmerkt; voor hen die geleidelijker sterven is het mogelijk die verschillende stadia te herkennen en er gebruik van te maken. Voorboden van de dood, zoals een verandering in de manier waarop je door je neusgaten uitademt, dromen en fysieke tekenen, kunnen zich zelfs vele jaren voorafgaand aan de feitelijke dood voordoen, hoewel deze zich bij gewone mensen meestal één of twee jaar voor het sterven voordoen. Voorboden van de dood zijn dat je een afkeer krijgt van je omgeving, je huis, vrienden, enzovoort, die leidt tot het verlangen ergens anders heen te gaan. Of je verlangt juist sterker naar deze dingen dan voorheen. Je kunt veranderen van een hardvochtig iemand in iemand die meegaand is of andersom. Je enthousiasme kan sterk toenemen of afnemen. Er kan zich een verandering voordoen in je fysieke uitstraling of de manier waarop je je gedraagt. Het kan zijn dat je heel grove taal begint uit te slaan - haat vloeken, enzovoort - of dat je herhaaldelijk over de dood spreekt.

Als het feitelijke stervensproces inzet maak je acht stadia door. De eerste vier omvatten het instorten van de vier elementen. In de laatste vier stort het bewustzijn in en gaat op in het diepste bewustzijnsniveau, dat het heldere licht van de dood wordt genoemd. Bedenk dat de beschrijving van de stadia van de dood de diepere toestanden van het bewustzijn in kaart brengt die zich voortdurend in het dagelijks leven voordoen en meestal niet worden opgemerkt. Deze acht stadia voltrekken zich in voortwaartse volgorde als we sterven, gaan slapen, een droom beëindigen, niesen, flauwvallen en tijden een orgasme, en in omgekeerde volgorde nadat het stervensproces volledig ten einde is gekomen, evenals wanneer we ontwaken uit onze slaap, beginnen te dromen, en er een einde komt aan het niesen, het flauwvallen en het orgasme.

De acht stadia worden benoemd aan de hand van visuele beelden, hoewel ze niet met de ogen worden beschouwd. 

Als de vier elementen oplossen doen zich diverse verschijningen voor. Soms verschijnen er nog voordat ogen en oren ophouden te functioneren ongebruikelijke visioenen en geluiden. En altijd verschijnen er diverse visioenen in het mentale bewustzijn.

Sommige mensen die bijvoorbeeld hebben geleden aan een slopende ziekte kunnen een verschrikkelijke brand zien die veel angst inboezemt. Andere ondergaan aangename en zelfs wonderbaarlijke visioenen en blijven ontspannen. Deze verschillen zijn een gevolg van neigingen die zijn gevormd door schadelijke en deugdzame handelingen in dit en voorgaande levens. Die verschillen kondigen de soort en kwaliteit van de op handen zijnde wedergeboorte aan, net zoals de kwaliteit van het licht in de lucht voor zonsopgang het weer voor die dag voorspelt.

Naarmate de vier elementen één voor één oplossen verschijnen de innerlijke tekenen van de dood. Het oplossen van het aarde-element in water leidt tot een verschijning als een luchtspiegeling in de woestijn; het oplossen van water in vuur leidt tot het verschijnen van wat lijkt op rookwolken die uit een schoorsteen opstijgen of dunne rook die in een vertrek hangt; het oplossen van vuur in wind leidt tot het verschijnen van iets wat op vuurvliegjes lijkt of op vonken in het in het roet op de bodem van een wok die is gebruikt om graan te roosteren.

Die tekenen,- luchtspiegeling, rook, vuurvliegjes en kaarsvlam, evenals de vier verschijningen die hierna beschreven worden - verschijnen aan mensen die geleidelijk aan sterven. Ze doen zich niet in complete vorm voor aan mensen die onverwachts overlijden als gevolg van een ongeluk of door een wapen.

Bewustzijn wordt gedefinieerd als dat wat lumineus en wetend is. Het is lumineus in de dubbele betekenis dat het helder van aard is en dat het verlicht of onthult als een lamp die de duisternis verdrijft zodat objecten zichtbaar worden.

Bewustzijn kent ook objecten in de zin dat het de objecten op zijn minst aanvoelt, zelfs als het ze niet goed kent.

Bewustzijn is samengesteld uit momenten in plaats van uit cellen, atomen of deeltjes. Op die manier verschillen bewustzijn en materie wezenlijk van aard en daarom hebben zij andere voornaamste oorzaken. Materiële zaken hebben andere materiële zaken als hun voornaamste oorzaak (ze worden voornaamste oorzaak genoemd aangezien zij het voornaamste bestanddeel of grondwezen produceren van het gevolg), omdat er overeenstemming moet zijn in de fundamentele aard van de voornaamste oorzaak en voornaamste gevolg. Klei is bijvoorbeeld de voornaamste oorzaak van een aardewerken pot. De voornaamste oorzaak van bewustzijn moet zelf iets zijn wat lumineus en wetend is - een eerder moment van bewustzijn. Elk moment van bewustzijn vereist daarom een voorafgaand moment van bewustzijn als voornaamste oorzaak, en dat wil zeggen dat er een beginloze bewustzijnsstroom moet zijn. Op die manier wordt via logisch redeneren een beginloze cyclus van wedergeboorte ingesteld.

Bovendien, als er één precieze herinnering van wedergeboorte is, is dat voldoende aanwijzing - en hoeft niet iedereen zich dat te herinneren. De afwezigheid van eerdere en toekomstige levens is nooit rechtstreeks waargenomen, terwijl er officieel bevestigde gevallen zijn van duidelijke herinnering aan vorige levens.

Ondanks het feit dat het lichaam voor zijn vermeerderen en verminderen afhankelijk is van omstandigheden, is het lichaam begiftigd met leven en als die levenskracht ophoudt te bestaan, rot het snel weg en wordt het levenloos. Ongeacht hoe mooi of knap het is geweest, het verandert in een lijk. Als je deze levenskracht die het lichaam ervan weerhoudt te gaan rotten analyseert, zul je zien dat het bewustzijn is. Het feit dat vlees wordt samengevoegd met bewustzijn, voorkomt dat het ontbindt. Deze bewustzijnstroom gaat door naar het volgende leven.

Doordat bewustzijn en materie van nature anders zijn, moeten hun voornaamste oorzaken verschillend zijn, maar dat wil niet zeggen dat bewustzijn en materie niet op elkaar inwerken, want dat doen ze op veel verschillende manieren. Materie kan een meewerkende omstandigheid zijn voor het bewustzijn, zoals de subtiele materie in de oogbal, of als een kleur of vorm functioneren als meewerkende omstandigheid voor het visuele bewustzijn, of wanneer je eigen lichaam functioneert als drager of basis voor het bewustzijn zelf.

Evenzo vormt bewustzijn materie, aangezien het onze handelingen of karma's zijn, aangestuurd door bewustzijn, die de omgeving vorm geven. De gezamenlijke invloed van de karma's van veel wezens geeft het wereldsysteem dat wij bewonen vorm. En volgens de hoogste yogatantra wordt het bewustzijn gedragen door wind die fysiek is, hoewel wind in zijn meest subtiele vormen niet uit deeltjes bestaat. Vanwege deze nauwe band tussen bewustzijn en wind op een manier dat zij één niet te differentiëren eenheid vormen, kan een verlicht wezen met subtiele wind als zijn voornaamste oorzaak een lichaam manifesteren, een lichaam dat fysieke deeltjes overstijgt, zoals het geval is bij een volledig vreugdelichaam van een boeddha in een zuiver land. 

Als we de leer van voornaamste oorzaken en meewerkende omstandigheden toepassen op de conceptie dan zien we de substanties van moeder en vader - ovum en sperma - functioneren als de voornaamste oorzaken van het lichaam van het kind als de meewerkende omstandigheden van het bewustzijn. Het laatste moment van het bewustzijn van dat kind in zijn voorgaande leven fungeert als de voornaamste oorzaak van bewustzijn op het moment van conceptie en als een meewerkende omstandigheid van het lichaam. Net zoals op grofstoffelijk niveau het lichaam - zelfs het embryo - wordt beschouwd als de fysieke ondersteuning van het bewustzijn, zo is de wind die de drager is van het bewustzijn zoals een ruiter die op een paard zit, een fysieke entiteit die het bewustzijn ondersteunt. 

Hoewel het bewustzijn zich kan scheiden van het fysieke lichaam, zoals het geval is wanneer we van het ene leven in het andere overgaan, kan het bewustzijn zich nooit scheiden van het allersubtielste niveau van wind.

Ik geloof niet dat de allersubtielste wind of energie kan worden gerangschikt onder één van de vier elementen - aarde, water, vuur en wind - aangezien hij fysieke deeltjes overstijgt. De allersubtielste wind is een aspect van de beweging van het allersubtielste bewustzijn; hij is één met zijn respectieve bewustzijn. Het zou moeilijk zijn voor de allersubtielste wind en het allersubtielste bewustzijn met wetenschappelijke instrumenten te meten; maar het is misschien mogelijk wetenschappelijk de aanwezigheid van allersubtielste wind en allersubtielst bewustzijn op te sporen in gevallen van klinische dood, voordat het bewustzijn het lichaam verlaat en het lichaam nog niet is ontbonden. 

Enkele wetenschappers kwamen met apparatuur naar ons ziekenhuis, maar tijdens hun aanwezigheid stierf er niemand en toen vervolgens spiritueel ervaren mensen overleden was de apparatuur niet beschikbaar!

Als wind, of de energie die door de diverse bewustzijnsniveaus worden gedragen, heel zwak wordt en verder in bewustzijn oplost, manifesteren zich steeds subtielere niveaus van het bewustzijn. Aan het begin van het vierde stadium, als de winden die dienen als dragers van vele houdingen, beginnen op te lossen, verschijnt er in het bewustzijn een beeld als de vlam van een boterlamp of kaars die aanvankelijk flakkert en vervolgens rustig wordt. De uitwendige ademhaling stopt. De buitenwereld beschouwt dit over het algemeen als het moment van de dood, hoewel die in feite late intreedt.

In dit stadium tussen grovere niveaus op waarin subject en object zich voordoen als ver weg en opgedeeld in afzonderlijke entiteiten; de ogen zien geen zichtbare vormen, het oor geen geluiden, de neus ruikt geen geuren, de tong ervaart geen smaak en het lichaam voelt geen tastbare objecten. De lumineuze en wetende aard van het bewustzijn verschijnt naakt.

Als je in staat bent op het moment van sterven opmerkzaam te zijn, de tekenen van oplossen te herkennen, als je voldoende innerlijk kunt waarnemen om het niveau van beoefening dat jou bekend is vol te houden, zal je beoefening heel krachtig zijn. Ze zal op zijn minst een positieve invloed hebben op je volgende leven.