Nooit verliefd- 1 - Rush
"Rush?" riep Nan met een klein hikje. Ze had gehuild.
"Ik ben hier, Nan," zei ik terwijl ik omhoogkwam uit de zitzak in de hoek. Dat was mijn verstopplek. In dit huis had je een verstopplek nodig. Als je die niet had, gebeurden er erge dingen.
Slierten van Nans rode krullen zaten aan haar natte gezicht geplakt. Haar onderlip trilde toen ze me met die trieste ogen van haar aankeek. Haar ogen stonden zelden vrolijk. Mijn moeder gaf haar alleen aandacht als ze haar mooi aankleedde om met haar te pronken. De rest van de tijd werd ze genegeerd. Behalve door mij. Ik deed mijn best om haar het gevoel te geven dat ze gewenst was.
"Ik heb hem niet gezien. Hij was er niet," fluisterde ze, en er ontsnapte een snikje. Ik hoefde niet te vragen wie 'hij' was. Ik wist het wel. Mama had er genoeg van dat Nan steeds naar haar vader vroeg. Dus had ze besloten om samen bij hem op bezoek te gaan. Ik wilde dat ze het me had verteld. Ik wilde dat ik mee had kunnen gaan. Door de verslagen blik op Nan's gezicht balden mijn handen zich tot vuisten. Als ik die man ooit tegenkwam, zou ik hem op zijn neus slaan. Ik wilde hem zien bloeden.
"Kom hier," zei ik. Ik stak mijn hand uit en trok mijn kleine zusje tegen me aan. Ze sloeg haar armen om mijn middel en hield me stevig vast. Op zulke momenten kon ik bijna geen lucht krijgen. Ik haatte het leven dat zij had gekregen. Ik wist tenminste dat mijn vader mij wilde. Hij bracht tijd met me door.