In het hier, in het nu
Op een inademing zeg je telkens: "In het hier, in het hier." Op een uitademing zeg je: "In het nu, in het nu." Ook al zijn dit verschillende woorden, ze betekenen precies hetzelfde: ik ben aangekomen in het hier. Ik ben aangekomen in het nu. Ik ben thuis in het hier. Ik ben thuis in het nu.